Azvian verloor zijn beste vriend: “Stigma veroorzaakte zijn dood”
Acht maanden geleden overleed de beste vriend van Azvian uit Indonesië aan de gevolgen van aids. Hij was pas 22. De discriminerende opmerkingen in de hiv-kliniek weerhielden hem ervan zijn medicijnen op te halen.
Azvian (22) praat zelden over zijn beste vriend, Yudi. Ze ontmoetten elkaar op de middelbare school, toen ze beiden vijftien waren. Yudi was wat wereldwijzer en hielp Azvian met vragen over seksualiteit en geaardheid. Ze werden al snel onafscheidelijk. “Het voelt nog steeds alsof hij dichtbij is,” zegt Azvian. “Ik kan niet bevatten dat hij er niet meer is. Ik ben zo gewend om altijd bij hem terecht te kunnen.”
De dood van Yudi laat een enorm gevoel van leegte achter. “Ik rouw alleen,” vertelt Azvian. “Yudi stierf een stille dood.” Hij kan niet praten over zijn vriend en het verdriet dat zijn dood veroorzaakte, niet met zijn eigen familie en ook niet met de familie van Yudi. Hiv en aids zijn taboe.
Niet bezorgd
Zes maanden voor zijn overlijden vertelde Yudi aan Azvian dat hij hiv had. “We waren niet overdreven bezorgd,” herinnert Azvian zich. “We wisten dat medicatie het virus onder controle houdt. Ik werk zelf in de hiv-voorlichting en gaf hem alle informatie die hij nodig had.”
Wat ze echter niet hadden voorzien, was de dodelijke impact van stigma. In de provincie Atjeh is homoseksualiteit bij wet verboden. Recentelijk werd een wetswijziging goedgekeurd die seks buiten het huwelijk strafbaar stelt, wat de discriminatie tegen lhbt+’ers – die niet mogen trouwen – heeft verergerd.
Vreselijk
Azvian vertelt geëmotioneerd over de vreselijke ervaringen van zijn vriend in een hiv-kliniek, veertig kilometer buiten Jakarta.
De medewerkers veroordeelden hem vanwege zijn hiv. Ze vertelden hem dat dat zijn geaardheid de oorzaak van hiv was. Het maakte hem zo depressief dat hij zijn afspraken niet meer nakwam. Eerst een, toen nog een.
Azvian probeerde zijn vriend aan te moedigen om zijn medicijnen te blijven halen. “Misschien was ik naïef, ik dacht dat hij wel weer naar de kliniek zou gaan. Hij wist tenslotte hoe belangrijk medicatie was. Ik zag Yudi toen een tijd niet, omdat ik het erg druk had. Op een dag, terwijl ik een presentatie gaf op mijn werk, werd ik weggeroepen. Het nieuws kwam als een klap: Yudi was dood. Ik kon alleen maar huilen.”
Schuldgevoel
Na zijn overlijden bezocht Azvian met een paar vrienden het graf van zijn vriend. “Ik dacht alleen maar: áls ik hem maar beter had gewaarschuwd voor het stigma en de discriminatie, áls ik naar die kliniek was gegaan om met die medewerkers te praten. Dan was hij nu misschien nog in leven. Dan zouden we nu samen lachen en praten. In plaats daarvan sta ik hier voor zijn graf. Ik voelde me zo schuldig.” Met tranen op zijn wangen veegt Azvian zijn ogen af.
Hij vervolgt: “In veel delen van Indonesië praten mensen over hiv en aids alsof het nog de jaren ’80 zijn. De onwetendheid en vooroordelen zijn zo groot. Zelfs op sociale media komen om de dag discriminerende video’s voorbij. Dit moet echt stoppen. Het stigma is verantwoordelijk voor de dood van mijn vriend, niet het hiv-virus.”
Missie
De dood van Yudi maakt Azvian vastberaden om harder te vechten tegen het stigma dat levens kost. Die jonge mensen als Yudi hun toekomst ontneemt. Hij denkt vaak terug aan de mooie momenten samen. “Ik herinner me nog hoe we op een avond terugreden van een bar toen we achttien waren. We waren zo vrolijk, zongen luidkeels mee met de muziek. Zo hard dat de automobilisten naast ons riepen dat we stil moesten zijn. Maar we zongen gewoon door. Dat is de lichtheid die je hoort te voelen als je jong bent, niet de angst en het verdriet rondom hiv en aids. Mijn grootste wens nu is dat ik eraan bijdraag dat er nooit meer iemand overlijdt door stigma, zoals Yudi.”